|
In het rechter zwikreliëf is een scene uit Johannes’ Apocalyps weergegeven. Twee geharnaste figuren te paard gaan elkaar te lijf. De linker ruiter met open vizier, de rechter gesloten. Zij bevechten elkaar niet met zwaarden maar met een soort knotsen. De linker ruiter heeft een rond schild; de rechter ruiter heeft een schild in de vorm van een distelachtig blad. Achter de ruiters is een boom weergegeven. Volgens Smits gaat 'hier het visioen uit het boek der Openbaringen in vervulling. Met gevierden teugel stormen twee ruiters op elkander aan. Zij verbeelden de oorlogen, die het einde der wereld voorafgaan. De ridder ter rechter is een Christen, die ter linker een Turk, het symbool van den boozen vijand in de Middeleeuwen'.108 Ook Jan Mosmans ziet hier de Apocalypsscene: 'De strijd der laatste werelddagen, door den heiligen Evangelist voorzien, wordt hier, naar middeleeuwsche opvatting, uitgebeeld door duelleerende ruiters: een gehelmden Christen-ridder en een getulbanden Saraceen. De (linde?-)boom op den achtergrond kan een aanspeling zijn op den naam der stad'.109 | 76 |
| Noten | |
| 108. | Smits 1907, 191. |
| 109. | Mosmans 1931, 273. |
Ronald Glaudemans, Het zuidtransept : Bouwhistorisch onderzoek 2007-2010 (2010) 76
|
In het linker zwik is een dubbellijvig monster zichtbaar (twee lijven met één kop) met daaronder in de tootzwikken twee | 76 |
|
kleinere monsters, waarvan de onderste met lange oren sterk doet denken aan de vormgeving van de monsters aan de interieurzijde van de transeptgevel. Het grote monster wordt door Smits beschreven als; 'een grimmig monster. Het dubbele gewrongen lijf vereenigt zich in één kop met lange puntooren. ?t Is de bekende voorstelling van den Antichrist, die bij den strijd der laatste werelddagen behoort'.110 Hij vervolgt over de kleine monsters: 'In de laatste hoekjes die beneden den Antichrist zijn uitgehouwen, gluipen twee monsters met gewrongen leden voort. Zij vormen den naïven hofstoet van den valschen Profeet'. Jan Mosmans volgt deze toeschrijving: 'Omtrent dezen redent verschillen Hezenmans en Dr Smits weinig of niet van opinie. Hier is uitgebeeld het grimmig monster der uiterste toekomst, de Antichrist. Het dubbele lijf vereenigt zich in één kop met lange puntooren. Ondanks het feit, dat de leeuwenkop hier niet bijzonder karakteristiek is, mag men er toch het beest der | 77 |
| Openbaring in zien, dat op een panter gelijkt, beerenpooten heeft en den muil draagt van een leeuw'. En over de kleine reliëfs in de toten vervolgt hij: 'Terzijde [-] bevinden zich vier bazuin-blazende engelen, die de dooden ten Oordeel dagen'.111 Ook dit zwik heeft dus alles van doen met de door Johannes opgetekende Apocalyps. | 78 |
| Noten | |
| 110. | Smits 1907, 193. |
| 111. | Mosmans 1931, 274. |
Ronald Glaudemans, Het zuidtransept : Bouwhistorisch onderzoek 2007-2010 (2010) 76-78
|
Onder aan de rechter toot hangen twee in elkaar gestrengelde, vechtende (?) monsters. Het voorste monster heeft zijn klauwen in de nek van het achterste, gehoornde monster gezet. Het is géén kopie maar een authentiek onderdeel dat ook op de tekening van de gebroeders Donkers goed herkenbaar is. Terwijl Mosmans meent dat hier het evangelistenembleem de os is uitgebeeld, ziet Smits er een 'afzichtelijk monster' in. Hij schrijft: 'Ook de Antichrist heeft zijn attribuut. Dragen de voorgenoemde Gods- herauten hun verkoren kenteeken, ook de Antichrist voert een symbool met zich. Beneden zijne beeltenis rolt zich een grillig, afzichtelijk monster ineen, dat zeer wel gelijkt op den basilisk, het attribuut van den demon'.112 | 78 |
| Noten | |
| 112. | Smits 1907, 194. |
Ronald Glaudemans, Het zuidtransept : Bouwhistorisch onderzoek 2007-2010 (2010) 78
Ronald Glaudemans, De Sint-Jan te 's-Hertogenbosch : Bouwgeschiedenis en bouwsculptuur 1250-1550 (2017) 294-295
Ronald Glaudemans, Het zuidtransept : Bouwhistorisch onderzoek 2007-2010 (2010) 75-78
A.M. Koldeweij, De transeptportalen (1983) 47
C. Peeters, De Sint Janskathedraal te 's-Hertogenbosch (1985) 284 (afb. 255)